Categorieën
Gedichten en liedjes

Ik ben bang

J’AI PEUR (Allain Leprest – Jean Ferrat)

Door mij vertaald in 2015.

download hier de originele tekst met de vertaling: J’ai peur met vertaling

Ik ben bang

Ik ben bang voor straten, pleinen
Vuur, en kruisen met bloed bevlekt
Lentes die zo breekbaar schijnen
Als de poten van een insect.

Ik ben bang voor mij en voor jou
Voor wijd open kinderogen
Voor lucht en bloemen, wind en kou
Voor ouderdom en mededogen.

Ik ben bang voor vogels, honden
Voor zwarte stilte en geschreeuw
Woorden die hun stem niet vonden
Voor vingers schrijvend in de sneeuw.

Ik ben bang voor dans, voor zang
Bang voor wie speelt en lacht en huilt
Spreek van de wolf, dan ben ik bang
Bang dat hij zich in mij verschuilt.

Ik ben bang, bang, bang
Ik ben bang.

Ik ben bang voor boze blikken
Ik knijp’ em, krijg het stikbenauwd
Klappertanden, knieënknikken
Beurtelings word ik heet en koud.

Ik ben bang voor kleine dingen
Voor waar dan ook en weet ik veel
Ziektes die je slinks doordringen
En daarna grijpen bij de keel.

Ik ben bang voor stille stemmen
Van vroeger en nooit meer gehoord
Schaduwen die mij beklemmen
Licht dat fel door het duister boort.

Ik ben bang voor drakenvloten
Voor vuur en vlam en hand en tand
IJzingwekkende despoten
Voor oogst die op de velden brandt.

Ik ben bang, bang, bang
Ik ben bang.

Ik ben bang voor alleen en samen
En voor de klanken van een lied
Voor tederheid, voor lieve namen
Voor de ster die te snel verschiet.

Ik ben bang voor het scherpe mes
Dat het leven in stukken snijdt
Bang voor de bloedjonge prinses
Die heftig met haar vriendje vrijt.

Ik ben bang voor zacht geflonker
Bang voor jouw hand in de mijne
Vuurvliegjes in aardedonker
Die het pad flauwtjes beschijnen.

Ik ben bang voor stalen muren
Voor toekomst die ik niet vertrouw
Zachtheid die niet lang kan duren
Ontwaken rillend van de kou.

Ik ben bang, bang, bang
Ik ben bang.

Ik ben bang om thuis te komen
In het huis waar de tijd vervliegt
Waar mijn moeder in haar dromen
Een lang verdwenen kindje wiegt.

Ik ben bang voor najaarsbomen
Het stille rotten van het loof
Ogen aan het licht ontkomen
Voor hersens stom en blind en doof.

Ik ben bang voor scherpe geuren
Voor moerasplanten die vergaan
Wolken die de ochtend kleuren
Nog zoveel ochtenden te gaan.

Ik ben bang voor de klok, de tijd
Tikkend met zijn gevreesde stem
Onverbiddelijk raak ik kwijt
Al wat ik in mijn armen klem.

Ik ben bang, bang, bang
Ik ben bang.